De zachte eik, ook zachtharige eik genoemd, groeit van Noord-Spanje tot in de Kaukasus en Klein-Azië. Zijn blad is aan beide kanten zacht behaard en onregelmatig gelobd, de schors grijs, kurkachtig en diep gegroefd. In mei hangen er goudkleurige katjes in de boom; in de herfst volgen eikels van 1,5 tot 2 centimeter en kleurt het blad geel.
Als hoogstam vormt hij een eerst ovale, later ronde, halfopen kroon op een vrije stam, 12 tot 16 meter hoog en 10 tot 16 meter breed.
Deze hoogstam zachte eik houdt van warmte en zon, verdraagt droogte, hitte, wind en zout en groeit in vrijwel elke grond, het liefst kalkhoudend. Hij is winterhard tot ongeveer -20 °Celsius. Een eik voor een grote tuin of erf, ook op droge, warme plekken.