Het opvallendste aan de Goudlook (Lamium galeobdolon, ook wel gele dovenetel of gouden dovenetel genoemd) is het zilvergevlekte blad dat óók in onze Belgische winters gewoon groen en fris blijft. Deze wintergroene bodembedekker wordt zo'n 20 tot 30 cm hoog, kruipt snel uit en is ideaal om moeilijke schaduwplekken onder bomen of langs een noordmuur snel dicht te krijgen. Van april tot juni verschijnen heldergele bloemetjes die insecten aantrekken.
Waar gras en veel planten het opgeven, gedijt deze plant juist. De zilveren tekening op het blad weerkaatst het weinige licht, waardoor donkere hoeken van de tuin optisch oplichten. Zo maak je van een saaie plek onder een haag of terras een levendige, verzorgde border zonder gaten.
Deze plant groeit met kruipende uitlopers en kan flink uitbreiden, wat handig is voor grote hoeken maar minder in een kleine border. De tip: knip een paar keer per jaar de langste ranken terug of plaats hem in een pot om hem in toom te houden. In tegenstelling tot de gewone dovenetel blijft de bladtekening bij deze variëteit het hele jaar decoratief.
Plant de Goudlook in half- tot volle schaduw in een humusrijke, niet te droge grond. Op een zonnige, droge plek verbrandt het blad en verdwijnt de mooie zilverglans. Een fout die je makkelijk vermijdt: giet de eerste weken regelmatig zodat de uitlopers goed wortelen, daarna redt de plant zich vrijwel zelf.