Terwijl de meeste bomen in de winter kaal en saai worden, komt de papieresdoorn (Acer griseum) dan pas echt tot leven. Zijn kaneelbruine schors rolt op in dunne, doorschijnende vellen, zoals oud papier dat loskomt. Deze sierboom wordt zo'n 10 meter hoog en 5 meter breed, groeit traag en past perfect als solitair blikvanger of in een gemengd massief. Ideaal voor een halfschaduwrijke plek in een frisse, goed doorlatende tuinbodem.
Anders dan de snelgroeiende Noorse of gewone esdoorn blijft deze soort compact en decoratief het hele jaar door. In de herfst kleuren de kleine, drieledige blaadjes vurig rood en oranje, een felle knipoog voordat de winter de spectaculaire schors onthult. Die trage groei is net een voordeel: hij overwoekert niets en blijft geschikt voor kleinere Belgische tuinen.
Plant hem in oktober of november, zodat de wortels zich vestigen vóór de lente. Kies een plek in halfschaduw met verse, doorlatende grond, want te droge of te natte bodems remmen de groei. Water matig het eerste jaar; daarna is hij verrassend zelfredzaam.
De grootste vergissing is hem te dicht bij een gebouw of andere sierbomen zetten: houd 4 meter plantafstand aan zodat de kroon zich vrij ontwikkelt. Plaats hem waar je 's winters het licht door de schors ziet spelen, bijvoorbeeld bij een terras of pad. Zo blijft deze parel bij Bakker jarenlang de ster van je tuin.